|
 |


|
 |
Grasland
Het grootste deel van Nationaal Park De Alde Feanen bestaat op dit moment (nog) uit grasland. In de nabije toekomst zal een deel van de graslanden worden omgevormd tot nieuwe moerasgebieden. De huidige graslanden liggen nagenoeg allemaal in polders. Deze polders kunnen we verdelen in zomer- en winterpolders.
Winterpolders zijn polders die het gehele jaar bemalen worden en (nagenoeg) droog staan. Een van de bekendste winterpolders is wel de Bolderen. Bekend vanwege zijn lage ligging, het voorkomen van kwel, de unieke schrale vegetatie en de vele weidevogels. Het beheer van de meeste graslanden in de winterpolders is (voorlopig) dan ook gericht op het behoud en verbeteren van de weidevogelpopulatie en de botanische waarden. Zo wordt er jaarlijks gemaaid (na 15 juni) en vindt er extensieve begrazing plaats. Dit houdt in: weinig dieren op een groot oppervlak. Verder worden jaarlijks de sloten geschoond en de greppelstructuur in stand gehouden. Deze graslanden worden verpacht aan boeren uit de wijde omgeving.
De zomerpolders zijn graslandgebieden die 's winters (1 november tot 1 maart) grotendeels onder water staan. De zomerpolders liggen allemaal in de kern van De Alde Feanen. Laban, Polder Grondsma en de Wyldlannen zijn hier mooie voorbeelden van. Het beheer van deze zomerpolders is gericht op meerdere doelstellingen. In de periode dat deze polders onder water staan vormen zij belangrijke slaapplaatsen voor duizenden eenden en ganzen. In het vroege voorjaar zijn deze zomerpolders zeer in trek als slaap- en foerageergebieden voor steltlopers. Een deel van de steltlopers gebruikt de polders in het voorjaar als broedgebied. Kievit, grutto, kemphaan en watersnip zijn hier mooie voorbeelden van. Verder zijn deze zomerpolders in botanisch opzicht zeer waardevol. Een deel van de Wyldlannen wordt nog verpacht aan een boer die er jongvee weidt en er hooi wint. De rest wordt gehooid in eigen beheer. Het maaien van de zomerpolders gebeurt na 1 juli, dus na het broedseizoen van de weidevogels. Na het maaien en hooien wordt een deel nageweid met koeien of schapen van boeren uit de omgeving. Aangezien het hier in feite (oud)boerenland betreft worden hier ook de sloten, greppels en afrastering onderhouden. Het beheer van deze zomerpolders vergt veel tijd omdat het hier zogenaamd 'vaarland' betreft. Dus al het materiaal, vee en hooi moet per boot aan- en afgevoerd worden.
Het kleinste aandeel van de graslanden wordt gevormd door de legakkers of 'stripen'. Dit zijn restanten van de vervening. Hier werd vroeger het veen op gedroogd. In het verleden werden vele stripen gemaaid en gehooid door boeren uit de omgeving. Ook nu nog worden de legakkers jaarlijks gemaaid. In een goede zomer kan hier nog een redelijke kwaliteit hooi worden gewonnen. Het is in ieder geval zaak om het gewas af te voeren, waardoor er verschraling optreedt. Hierdoor blijven de landschappelijke- en botanische waarden behouden. Planten die hier voorkomen zijn o.a. kleine valeriaan, moeraskartelblad, moerasviooltje en diverse grassen en zeggen.
|
|
 |

LIFE-project in Jan Durkspolder
 Herinrichting Alde Feanen
|
 |