|
 |


|
 |
Ruigten
 Wilde kamperfoelie |
Als het maaien wordt stopgezet, verandert het veenmosrietland al gauw in struweel of bos. Elzen kunnen in oud en sterk verzuurd veenmosrietland niet meer groeien, maar ondertussen komen er wel verscheidene andere houtige gewassen zoals grauwe wilg, sporkehout, wilde gagel, zachte berk en wilde kamperfoelie.
 Koninginnekruid |
Kleurige ruigten
Ruigten zijn in laagveenmoerassen als De Alde Feanen algemeen. Rietland gaat door ophoping van strooisel verruigen. Bijvoorbeeld als er minder wordt gemaaid of als maaisel in het veld blijft liggen. Kleurig bloeiende ruigtekruiden, zoals moerasspirea, echte valeriaan, poelruit, grote wederik en moeraslathyrus treden dan op de voorgrond. Deze strooiselruigten zijn kenmerkend voor een matig voedselrijk milieu.
 Dagpauwoog |
Een ander soort ruigte vinden we op plekken waar door golfslag aanspoelsel en modder in de rietkraag terecht komen. De rietspruiten sterven hierdoor af. Maar opvallend bloeiende ruigtekruiden profiteren juist van de aangespoelde voedingsstoffen. Moerasmelkdistel, harig wilgenroosje, konninginnekruid en haagwinde zijn hier voorbeelden van. Deze bloemrijke ruigten hebben een grote aantrekkingskracht op insecten. Op het bloeiende koninginnekruid wemelt het in de nazomer van dagpauwogen, kleine vossen en met geluk atalanta's en distelvlinders.
|
|
 |

LIFE-project in Jan Durkspolder
 Herinrichting Alde Feanen
|
 |