|
 |


|
 |
Rietland
 Rietland |
In De Alde Feanen vormt rietland een behoorlijk deel van de totale oppervlakte van het Nationaal Park. Uitgebreide rietzomen komen voor langs open water van meren en kleinere wateren. In de ontwikkeling van rietvegetaties zijn drie stadia te onderscheiden. Waterriet groeit in water tot maximaal 1 meter diep. Overgangsriet vinden we in ondiep water. En tenslotte is er landriet op de 'vaste wal'. Waterriet is een eerste stap in de verlanding. Samen met bijvoorbeeld de kleine lisdodde en grote zeggensoorten groeit riet vanuit de oever het water in. Daar vormen ze een drijvende mat met hun wortels. De matten worden ook wel kraggen genoemd. Op deze kraggen kunnen zich weer andere planten vestigen. Met als uiteindelijk resultaat dat het water dichtgroeit en verandert in moeras. Het voorkomen van grote oppervlakten waterriet is van groot belang. Het is waterzuiverend doordat het slib invangt en voedingsstoffen, zoals fosfaat en nitraat, aan het water onttrekt. Allerlei vissen maken gebruik van riet als paai- en schuilplaats.
 Bruine kiekendief |
Eldorado voor moerasvogels
Daarnaast biedt riet aan diverse moeras- en watervogels, zoals baardmannetje, kleine karekiet en rietgors, een veilige nest- en foerageerplaats. Overjarig riet biedt met name een aantal zeldzame moerasvogels, zoals bruine kiekendief, roerdomp en rallen goede nestgelegenheid.
 Ronde zonnedauw |
Van riet tot bos
Door het invangen van slib en de plantengroei wordt het water steeds ondieper. Hierdoor krijgen steeds meer plantensoorten de kans zich te vestigen. Door een opeenhoping van plantenresten wordt de kragge steeds dikker. Hierdoor neemt de invloed van grond- en oppervlaktewater in de wortelzone geleidelijk af en de invloed van regenwater juist toe. Het vrij zure regenwater zorgt voor een verzuring van de bodem waardoor (veen)mossen hun intrede doen. Uiteindelijk zal dit veenmosrietland verder verruigen en overgaan in moerasbos. Door het riet jaarlijks in de winter te maaien wordt op deze natuurlijke successie een rem gezet. Hierdoor ontstaan er, met name botanisch, zeer waardevolle vegetaties. Zo kan de gemaaide rietkragge zich tot koekoeksbloemrietland ontwikkelen. Tenminste als er sprake is van een zwak zuur milieu dat gevoed wordt door een mengsel van regen- en oppervlaktewater. In deze vegetaties vinden we soorten als echte koekoeksbloem, gewone dotterbloem, kale jonker en rietorchis. Door de verdergaande verzuring ontstaat er veenmosrietland. Dit rietland is rijk aan veenmossen en varens. Maar ook zeldzame soorten als moerasviooltje en ronde zonnedauw voelen zich hier prima thuis. Een hele bijzondere verschijning in De Alde Feanen is de veenmosorchis. Deze soort komt nog maar op een paar plekken in Nederland voor!
Moerasheide
 Dophei |
De bloemrijke rietlanden zijn zeer rijk aan insecten. Zo leeft de rups van de zilveren maan, een bedreigde vlindersoort, van het moerasviooltje.
Uiteindelijk kan de kragge zo zuur en voedselarm worden dat er zelfs heide gaat groeien! Bij het verwijderen van bosopslag is moerasheide het eindstadium van de successie. In De Alde Feanen wordt op één plek moerasheide gevonden. Hier groeien soorten als dopheide, kleine veenbes en rode bosbes. Wordt het maaien beeïndigd dan verandert het veenmosrietland al snel in struweel of bos.
 Gewone oeverlibel |
|
|
 |

LIFE-project in Jan Durkspolder
 Herinrichting Alde Feanen
|
 |