|
 |


|
 |
Herinrichting Alde Feanen Raamplan |
|
|
|
|
Beter, mooier en vitaler
De Alde Feanen is een mooi, maar ook complex gebied. In dit laagveenmoerasgebied moet plaats zijn voor een flink aantal soms tegenstrijdige functies: water, landbouw, natuur, en recreatie. Er zijn in de loop der tijd knelpunten ontstaan door verdroging, slechte waterkwaliteit, en de negatieve effecten van recreatiedruk. De genoemde functies zouden in dit gebied elkaar geen overlast moeten bezorgen, maar juist naast en met elkaar in harmonie moeten functioneren. Voor de Alde Feanen is daarom door de provincie Fryslân een landinrichtingscommissie ingesteld. Deze heeft de opdracht gekregen een plan voor de Alde Feanen te maken. In de commissie zitten vertegenwoordigers van natuurbescherming, waterschappen, recreatie en landbouw, samen met afgevaardigden van provincie en de gemeenten Smallingerland, Tytsjerksteradiel en Boarnsterhim. Samengevat luidt hun opdracht:
"Een volwaardig laagveenmoeras ontwikkelen dat ruimte laat voor recreatief medegebruik en inspeelt op het nieuwe waterbeleid."
Hoe gaat de planvorming in zijn werk?
In opdracht van de bestuurscommissie stelt de Dienst Landelijk Gebied Fryslân (DLG) zogenaamde deelplannen op. Deze deelplannen worden op voorlichtingsavonden in de streek gecommuniceerd en officieel vastgesteld door Gedeputeerde Staten (GS) van de provincie Fryslân. De weg van plan naar uitvoering verloopt van een globaal Raamplan dat in 2004 is opgesteld, via in detail uitgewerkte deelplannen, naar daadwerkelijke uitvoering in het veld. Een voorbeeld van een deelplan is het gebied rond de Jan Durkspolder. Dit deelplan is in 2008 afgerond. Daarnaast is de eerste uitvoeringsmodule (het Pettebosk) binnen dit deelplan ook al ingericht. De tweede uitvoeringsmodule is op dit moment in uitvoering en de derde uitvoeringsmodule wordt momenteel voorbereid. DLG voert het procesmanagement over de uiteindelijke uitvoering van de plannen.
|
De knelpunten van het gebied op een rijtje :
Water
Vroeger lag de Alde Feanen lager en was natter dan zijn omgeving. Water afkomstig vanuit de hoger gelegen zandgebieden kwelde hier op. De omgeving van de Alde Feanen is ingepolderd en ontwaterd ten behoeve van de landbouw. De landbouwpolders zijn daardoor in de loop der tijd lager komen te liggen dan het natte natuurgebied. Water stroomt van hoog naar laag. Het gevolg hiervan is dat de Alde Feanen water verliest via de ondergrond. De beheerder moet vanwege deze wegzijging zo veel mogelijk regenwater proberen vast te houden of boezemwater inlaten in het gebied. Over het algemeen is dit water van andere, minder goede kwaliteit dan het vroegere 'gebiedseigen' kwelwater. Dit alles heeft negatieve gevolgen voor de ontwikkeling van de natuur. De Alde Feanen verdroogt en verzuurt.
Natuur
Verdroging is vaak de eerste oorzaak voor de achteruitgang van laagvenen. Planten en dieren die gebonden zijn aan een nat of drassig milieu krijgen direct last van een chronisch tekort aan water. De vorming van land uit water wordt belemmerd. Waterplanten en jonge vegetaties ontbreken grotendeels. Tegelijkertijd verouderen de veenmosrietlanden en het moerasbos.
Recreatie
's Zomers bezoeken meer dan 200.000 waterrecreanten het gebied en op een gemiddelde zomerse weekenddag liggen ruim 700 boten binnen het gebied afgemeerd.
Recreatie en natuur kunnen goed samengaan, maar recreatie kan ook leiden tot verlies van natuurwaarden, door bijvoorbeeld betreding of lawaai. Bovendien maakt de enorme drukte met boten bepaalde vaarwegen in het hoogseizoen onveilig.
Het blijkt dat de recreant van nu andere eisen stelt aan zijn omgeving. Ook in de Alde feanen is behoefte aan nieuwe, meer diverse vormen van recreatie.
De maatregelen (zie kaart raamplan)
De maatregelen in het kader van dit Raamplan vinden voornamelijk plaats aan de oostkant van het gebied waar een uitbreiding van het natuurgebied gepland is. Verschillende deelgebiedjes worden gescheiden door een vaarten/slotensysteem. Ze kunnen met een eigen optimaal waterpeil beheerd worden. Deze poldertjes kunnen ook water bergen in perioden van wateroverlast. Huizen en hoofdinfrastructuur blijven gehandhaafd. Door vergroting van het gebied met nieuwe natuur aan de oostkant en het realiseren van nieuwe voorzieningen, zoals paden en aanlegplaatsen, kan de natuur aan de westkant ontlast worden.
Hoe ziet het gebied er na uitvoering van de maatregelen uit?
De westkant van het gebied is het bestaande laagveenmoerasgebied, en ligt voor de boezem. Er is ruimte voor grotere boten en de natuur krijgt de kans zich te ontwikkelen in de goede richting.
Aan de oostkant van het gebied ontstaat een mozaďek van verschillende biotopen. Dat betekent dat het gebied uit verschillende moeras(bos)-, weide, riet-, en laagveengebiedjes bestaat.
Kenmerkend voor het westelijk deel van de Alde Feanen is water en varen. Earnewâld is het kerngebied tussen het oostelijk en westelijk deel. Er is een verschil in waterpeil tussen oost en west. Aan de oostkant is meer ruimte voor kleine boten. Het oostelijk deel heeft meer te maken met 'droge' vormen van receatie: hier kan worden gefietst en gewandeld. Er zijn voldoende paden en er kan op verschillende plekken aangelegd worden.
|
|
 |

LIFE-project in Jan Durkspolder
|
 |